Copeland Van Gelder 1907

Koninklijke scherven met een bijzonder verhaal

maandag 15 juli 2019 / door Kristin Duysters

Een onbekend servies

Bij de inventarisatie van een collectie scherven (in samenwerking met de Archeologische Werkgroep Apeldoorn) zijn fragmenten gevonden van een wit servies versierd met blauwe en gouden biezen én oren met bladeren in reliëf. Een deel van de scherven leverde na flink wat puzzelen drie schalen op. Na enig speurwerk bleken deze schalen veel meer geheimen prijs te geven dan aanvankelijk gedacht.

Copeland Van Gelder 1907

Fragment van een van de drie schalen van het aardewerken servies dat in 1908 via de groothandel N.F. van Gelder & Co door W.I. Copeland & Sons in Stoke-on-Trent aan het Koninklijk Huis werd geleverd.

fabrieksmerk en blindmerk van Copeland Late Spode en Gelder & Co

Fabrieks- en blindmerk van Copeland Late Spode (Stoke-on-Trent) en het merk van groothandel N.F.V. Gelder & Co. (Amsterdam) op de onderzijde van de schaal (foto AWA, Harry Schotman).

Het eerste spoor leidde naar de fabriek W.I. Copeland & Sons uit Stoke-on-Trent en naar N.F. van Gelder & Co, een Amsterdamse groothandel in porselein, glas en kristal. Van Gelder leverde vaak servies- en glaswerk aan het Koninklijk Huis. De groothandel verzorgde in opdracht van het Koninklijk Huis bestellingen van serviesgoed bij porselein- of aardewerkfabrieken en plaatste nabestellingen van serviezen die al in gebruik waren.

Schaal samengesteld uit scherven

Schaal samengesteld uit scherven die door leden van de Archeologische Werkgroep Apeldoorn bij elkaar zijn gepuzzeld en in elkaar zijn gezet (foto AWA, Harry Schotman).

Speurwerk bij de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag leverde een gouden vondst op. Bij de prijsopgaaf en rekeningen uit 1908 en 1909 vond ik de correspondentie tussen de firma N.F. van Gelder & Co. en de hofmaarschalk, die namens het Koninklijk Huis de bestellingen deed. In het archief trof ik een foto aan met twee ronde terrines, een dekschaal en een kom waarin ik direct de fragmenten uit de collectie van Paleis Het Loo herkende. Het ging dus om hetzelfde servies, namelijk ‘Round Canterbury Shape Dinner Ware’. De serviesdelen op de foto zijn nog onbeschilderd. De klant kon zelf een decor kiezen waarmee het servies werd beschilderd.

Het servies ‘Round Canterbury Shape Dinner Ware’ van W.I. Copeland & Sons als voorbeeld voor het te bestellen servies (foto Koninklijke Verzamelingen).

Het servies ‘Round Canterbury Shape Dinner Ware’ van W.I. Copeland & Sons als voorbeeld voor het te bestellen servies (foto Koninklijke Verzamelingen).

Prijsopgaaf van het servies

Prijsopgaaf van het servies met de aantallen per serviesonderdeel en de kronen in goud en kleur (foto Koninklijke Verzamelingen).

Kostenbesparing

Het nieuwe servies voldeed helemaal aan de eisen van de zilvermeester die Van Gelder had geïnstrueerd hoe het eruit moest zien. Maar voor een koninklijk servies was ook nog iets anders nodig: het wapen van de vorst of initialen met een kroon. Van Gelder vroeg namens de fabriek bij het Koninklijk Huisarchief om voorbeelden van de kroon. In het archief zijn twee ontwerpen voor een kroon bewaard gebleven die de fabriek opstuurde als voorbeeld om op het servies aan te brengen: één in goud en één met natuurlijke kleuren in zwart, rood, blauw en goud.

Hoogstwaarschijnlijk is er toen 'gedoe' over de kosten ontstaan, met name over de versiering. In de prijsopgaaf van de fabriek is duidelijk het verschil te zien in kosten tussen serviesdelen met en zonder kroon. Met het aanbrengen van de kronen was een aanzienlijk bedrag gemoeid. De hofmaarschalk was blijkbaar niet blij met deze offerte. In zijn brief aan Van Gelder meldde hij dat hij voor soortgelijke serviesdelen van Frans porselein, die hij eerder besteld had, maar liefst 25% minder betaald had. Uiteindelijk bestelde hij toch een servies voor vierentwintig couverts bestaande uit 347 delen, echter zonder kroon. Het servies werd gebruikt voor diners van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik voor eenvoudige diners aan het hof met de hofhouding.

Waar gehakt wordt vallen spaanders

Ook bij koninklijke diners gaat wel eens wat mis. Zeker als je bedenkt hoeveel serviesdelen nodig zijn voor een diplomatiek diner met meerdere gangen voor driehonderd gasten. Al die honderden borden, schotels en schalen moeten worden afgewassen. Tegenwoordig gaat het in de vaatwasser, maar vroeger moest alles met de hand gewassen, gedroogd en opgeborgen worden. En meestal als het personeel op de laatste benen liep na een vermoeiende dag. Een bordje was dan snel gebroken. Hofmaarschalk R.J.E.M. van Zinnicq Bergmann had er wel een oplossing voor: voortaan werd niet meer ’s avonds afgewassen, maar de ochtend erop als iedereen weer fris was. Ook voerde hij een ‘breuk- en verliesstaat’ in waarin iedereen die iets liet vallen met naam genoemd werd. Het moge duidelijk zijn dat diegene die te vaak in de lijst voorkwam, voortaan een minder riskante taak kreeg.

Inhuldigingsdiner Koningin Juliana, foto W. van de Poll, Nationaal Archief

Het inhuldigingsdiner van koningin Juliana op 6 september 1948 in het Koninklijk Paleis Amsterdam (foto W. van de Poll, Nationaal Archief, nr. 255-7141).

Kort na de Tweede Wereldoorlog waren er nog weinig complete serviezen over in de koninklijke paleizen. Om aan de juiste aantallen te komen, werden daarom soms zelfs meerdere serviezen gecombineerd bij één diner. Op een foto gemaakt tijdens het inhuldigingsdiner van koningin Juliana op 6 september 1948 in het Koninklijk Paleis Amsterdam is inderdaad een ratjetoe aan terrines op het buffet te zien met in het midden een terrine uit het hier besproken servies.

Door de gevonden scherven en het achtergrondverhaal krijgen we een beeld van serviezen aan het hof: zeker niet alles was pracht en praal. Voor allerlei verschillende soorten diners waren er verschillende soort serviezen die ook afhankelijk van de kwaliteit van het porselein of aardewerk en de frequentie van gebruik een langer of korter leven beschoren waren. Van veel van dit soort gewonere koninklijke serviesgoed uit vervlogen dagen is vrijwel niets meer bewaard gebleven. Daarom is de vondst van de scherven van dit servies belangrijk.

Met dank aan de Archeologisch Werkgroep Apeldoorn en de Koninklijke Verzamelingen, Den Haag.

Tickets Webshop