confitureN op Delfts Aardewerk

vrijdag 20 augustus 2021 / door Kristin Duysters

Confituren op Delfts Aardewerk

Op Paleis Het Loo hangt het fruit weer rijp aan de bomen. De tijd om te plukken is aangebroken. Maar wat doe je dan met al dat fruit?

Winterpaleis Het Loo 2016_Nieuwe eetzaal

Eeuwenlang was het meeste verse fruit alleen in het seizoen verkrijgbaar. Het fruit werd daarom gedroogd, ingemaakt of gekonfijt, zodat de vruchten het hele jaar konden worden gebruikt. Het konfijten van fruit met suiker was in de 17e eeuw een hobby voor welgestelde vrouwen als ze tijdens de zomers op hun buitenplaatsen woonden. Hier genoten ze van het rustige landleven, ver weg van de drukke stad met stinkende grachten. Prinses Mary – die samen met haar echtgenoot stadhouder Willem III Paleis Het Loo liet bouwen – had zelfs een ‘Coninginen Confituir Camer’ in het onderhuis van Het Loo. Hier kon de prinses het vers geplukte fruit voorzichtig laten koken in een koperen fruitpan. Om het fruit te konfijten, werd het met suikersiroop overgoten. Om de zoveel tijd opnieuw, net zo lang tot het fruit verzadigd was met suiker. Mary deed het slechts als hobby. De confiturier deed het grote werk voor de diners. Geduld, kennis en zorgvuldigheid waren vereist, anders werd het fruit slap of beschimmelde het.

Winterpaleis Het Loo 2016 confituren Nieuwe eetzaal
Winterpaleis Het Loo 2016_Nieuwe eetzaal 005

Confituren op tafel in de Nieuwe Eetkamer (Winterpaleis 2016).

Prestige & uitbuiting

Naast inheemse fruitsoorten werd op Paleis Het Loo ook subtropisch fruit gekweekt, zoals mandarijnen, perziken, vijgen, bittersinaasappels, meloenen en citroenen. Omdat dit soort exotisch fruit toen nog bijzonder was, was het razend populair bij diners en (tuin)feesten aan het hof; zo’n bijzonder gerecht gaf immers prestige. Voor het konfijten van dit subtropisch fruit was veel suiker nodig. Dit kwam van rietsuikerplantages in Europese - ook Nederlandse - koloniën, vanaf de 16e  eeuw in Brazilië en later in onder meer het Caraïbisch gebied en Suriname. Hier werkten tot slaaf gemaakte mensen die vanuit hun geboortelanden in West-Afrika na een verschrikkelijke reis op overvolle slavenschepen naar de plantages waren gebracht. Rietsuiker planten en oogsten was zeer zwaar werk. In de slavendorpen leefden ze onder erbarmelijke omstandigheden. Een groter contrast met de welgestelde vrouwen die als hobby confituren maakten, is bijna niet denkbaar.

Confiturenschaal

Confiturenstel, De Roos, Delft, ca. 1690-1725, tinglazuuraardewerk. Fotograaf Aronson Antiquairs

Confiturenschalen

Nadat de confituren gemaakt waren, konden ze geserveerd worden bij het diner, dessert of bij de thee. Delftse plateelbakkers ontwikkelden en produceerden tussen 1680 en 1725 zelfs speciale confiturenschalen. Een voorbeeld hiervan is een type schaal met in het midden een ronde holte met daaromheen vier of zes verdiepte vakken waarin gekonfijt klein fruit, gemberreepjes, sukade of zuur geserveerd werden. Een andere vorm zijn de zeldzame confiturensets van losse schalen gegroepeerd rond een middenstuk, zoals de ster uit de collectie van Paleis Het Loo. Alle grote befaamde Delftse plateelbakkerijen hebben ze gemaakt: De Grieksche A, De Metaale Pot, Het Moriaanshooft, De Witte Sterre en De Paauw. Of prinses Mary als groot liefhebber van Delfts aardewerk dergelijke sterren in haar bezit had, is niet bekend. Uit de inventaris van Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau - familie van stadhouder Willem III - van het prinselijke hof in Leeuwarden blijkt dat zij ze in ieder geval wèl had: ‘Twe steeren, vaartoe in elk acht stuken in te setten gehooren’. Ook worden nog vele losse schaaltjes genoemd: ‘Vier vierhoukige confiturschoteltjes’, ‘Vier rondhoukige schoteltjes’ en ‘Twe dousein allerhande cleine schaaltjes voor confituren’. De Boheemse vorst Wenzel Ferdinand Prins Lobkowicz had zelfs minstens zes van deze confiturensterren op tafel staan als onderdeel van een uitgebreid Delfts aardewerk servies van omstreeks 1685. Dat moet er fantastisch hebben uitgezien!

Confiturenschaal

Confiturenschaal, Lambertus van Eenhoorn, De Metaale Pot, Delft, 1691-1724, tinglazuuraardewerk. Fotograaf Michiel Elsevier Stokmans

Confiturenkeldertje

Het confiturenkeldertje van Mary bestaat nog steeds en wordt momenteel gerestaureerd en zal na de heropening van het museum weer toegankelijk zijn voor het publiek. Paleis Het Loo houdt de herinnering levend door deze zoete traditie in stand te houden met een productlijn van heerlijke jams. In de Museumshop zijn potten met heerlijke confituren te koop. De basis van deze jams is nog altijd, net als in de 17e eeuw, prachtig fruit in combinatie met suiker. De smaken lopen uiten van aardbeien-champagne tot framboos-granaatappel en paarse vijg. Voor op de boterham, maar ook zeer geschikt bij scones, cake of op toetjes.

Melkkelder Mary

Het keukenkeldertje of confiturenkelder van prinses Mary op Paleis Het Loo. Fotograaf Stef Verstraaten

Paleis Het Loo confituren
€ 5,95
Confiture Framboos & Granaatappel

Confiture Blauwe Bosbes
€ 5,95
Confiture Blauwe Bosbes
confiturenactie Museumshop
Tickets Webshop